loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

HBO en MBO nog altijd geen boezemvrienden

Gepubliceerd in SBM in het novembernummer van 2008

Tekst: Loek Mulder Docent Wiggele Oosterhoff is de architect van de doorlopende leerweg aan het groenonderwijs van het mbo-hbo van de Aeres groep. Over zijn ervaringen met de invoering van de doorlopende leerweg schreef de docent aan de Christelijke Agrarische Hogeschool in Dronten (CAH) een handzaam boekje als leidraad voor andere schoolorganisaties.

Highway-learning heeft het boekwerk als titel. Leren langs een snelweg? "Ja inderdaad", benadrukt Oosterhoff. "Zie het als een metafoor." De snelweg staat voor een glad geplaveide weg, er wordt stevig doorgereden en zowel afslagen als het reisdoel staan in flinke letters op de borden. En zo moet het ook met de doorlopende leerweg zijn; een ambitieus, maar helder leerprogramma, met een duidelijk omschreven einddoel.
Het boek is de uitkomst van het driejarige RIGO-project van het ministerie van LNV, dat is gefinancierd met onderwijsontwikkelingsgeld. Oosterhoff was projectleider van de RIGO-project (RIGO staat voor Regeling Innovatie Groen Onderwijs). Niet voor niets kreeg de Aeres groep in de commissie die het RIGO-project trok, een voorname rol, aldus Oosterhoff. "We hebben het voortouw genomen", zegt Oosterhoff. "Ik durf te stellen dat de Aeres-groep leidend is in visie en het denken over de doorlopende leerweg."

Fenomeen

Het is een raar fenomeen, die doorlopende leerlijn, stelt Oosterhoff. Was het onderwerp begin jaren negentig 'hot', kort erop verdween het uit beeld en rustte er lange tijd zelfs een taboe op. "Het was bijna onbespreekbaar", zegt Oosterhoff. "Het ministerie beschouwde het mbo als een eindstation. Het was helemaal niet de bedoeling dat mbo-leerlingen doorstroomden naar het hbo. Het middelbaar onderwijs leidde immers op voor een beroep, niet voor een vervolgopleiding."
Een jaar of vijf geleden veranderden de inzichten. Een verandering die ongeveer gelijk op ging met de intrede van het begrip kenniseconomie. Het werd steeds duidelijker dat een open handelseconomie als die van Nederland baat heeft bij een uitstekend geschoolde beroepsbevolking. Ook in EU-verband kreeg die opvatting weerklank en de Europese landen spraken af dat in 2020 vijftig procent van de beroepsbevolking hbo-geschoold moest zijn. Oosterhoff: "En er stromen eenvoudigweg onvoldoende leerlingen vanuit havo en vwo door naar het hbo om aan die eis te voldoen. Dus moet het mbo bijspringen."
Daarbij komt dat ook het bedrijfsleven eisen stelt. Oosterhoff: "De vraag naar goed ontwikkelde competenties is sterk. Als ik alleen al kijk naar mijn eigen vak, het groenonderwijs, dan is de vraag vanuit het bedrijfsleven naar hbo-afgestudeerden enorm gegroeid. Er is een toenemende behoefte aan leerlingen die de theorie en de praktijk kunnen verbinden."
Binnen de CAH is het aantal leerlingen dat doorstroomt van mbo naar hbo de voorbije jaren al gegroeid van dertig naar vijftig procent. Oosterhoff vertelt dat de onderwijsinstelling uit de polder nu tevens werkt aan een 3+3+3 leerweg van vmbo-mbo-hbo, als alternatief voor het havo-hbo-traject. Oosterhoff: "Het imago van het vmbo is slecht, ouders en leerlingen kiezen daarom vaak voor havo. Maar leerlingen die moeite hebben met een havo-opleiding voelen zich er doodongelukkig. Op een beroepsgerichte leerweg zijn ze beter op hun plaats. Voor hen willen we het programma indikken tot drie keer drie jaar."

Afstemming

De opvatting over hóe mbo en hbo hun programma's op elkaar moeten afstemmen, zijn in tussenliggende jaren wel drastisch veranderd. Een jaar of tien geleden was een soepele overgang tussen mbo en hbo het voornaamste en vrijwel enige criterium dat telde. "Maar dan is er nog geen sprake van één leerweg", stelt Oosterhoff. "Aansluiting betreft een breder thema. Waar het om gaat is dat echt één doorlopende leerweg is. Dat programma's daadwerkelijk worden geïntegreerd. Dat is een wezenlijk ander uitgangspunt." En dat is allerminst een eenvoudig en vanzelfsprekend proces, aldus Oosterhoff, want tussen het mbo en het hbo ligt een cultuurkloof. Zo vallen hbo en mbo elk onder een andere wetgeving. Bovendien wordt binnen het mbo veel van bovenaf opgelegd, terwijl het hbo aanzienlijk meer autonomie heeft. "Daardoor kennen het mbo en het hbo elkaar slecht", verklaart Oosterhoff. "Dat moet echt veranderen. Er dient een steviger vertrouwensbasis gesmeed te worden."

HBO-schok

Afstemming en integratie van onderwijsprogramma's verdient alle aandacht, maar nog belangrijker, aldus Oosterhoff, is dat de student centraal wordt gesteld. Want los van de discussie over vakinhoud van leerprogramma's is er een verschijnsel dat door Oosterhoff de 'hbo-schok' wordt genoemd. Studieinhoud kan nog zo goed op elkaar afgestemd zijn, als een mbo-leerling niet wordt voorbereid op een veel zelfstandiger studiehouding, draait de overstap veelal uit op een mislukking.
In het overleg tussen de MBO-Raad en de HBO-Raad over de doorlopende leerweg, ligt volgens Oosterhoff het accent sterk op de aansluiting van de vakinhoud. "Natuurlijk is het van belang dat vakken als rekenen en taal een goede aansluiting hebben", vindt ook Oosterhoff. "Daar moeten uiteraard goede afspraken over worden gemaakt, maar laten we er niet te hijgerig over doen. Ik vind het van belang dat juist de studiehouding meer aandacht krijgt."
Wanneer leerlingen overstappen naar het hbo, dan mogen ze best een beetje schrikken, vindt Oosterhoff, dat schept ook uitdagingen, maar de schok mag niet te groot zijn. Studieloopbaan-begeleiding is hier dus van groot belang. Dat onderwerp is binnen het mbo volgens Oosterhoff echter een 'blinde vlek', er wordt amper aandacht aan besteed. "Veel van het succes van een doorlopende leerweg hangt af van de juiste studiehouding van leerlingen en de mate waarin hij zelfstandig kan functioneren", onderstreept Oosterhoff. "Op het mbo is er pas aandacht voor een leerling als het spaak dreigt te lopen - ik chargeer - terwijl op het hbo voortdurend aandacht is voor vragen als: Wie ben je? Wat wil je? Wat kun je? Dat moet juist meer doorlopend worden gemaakt. Ook binnen het mbo-programma moeten die vragen telkens worden gesteld."
"Het klinkt misschien als een open deur", vervolgt Oosterhoff. "Maar bij het vormgeven van de doorlopende leerweg moet de leerling centraal staat. Dat is wezenlijk. Het gaat niet om het belang van de onderwijsinstellingen, maar we moeten die leerling juist zo goed mogelijk bedienen."

 

KADER

Tien richtingwijzers voor het management doorlopend leren

 

categorie: diepgravend

diepgravend