loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

Vernieuwingsscholen willen af van toetsdictatuur

Gepubliceerd oktober 2008 in SBM, het magazine van de Besturenraad

Tekst: Loek Mulder Eén op de twintig basisscholen neemt geen eindtoets af. Ze zijn er principieel op tegen of ze zien er het nut gewoon niet van in. Dat heeft nogal wat consequenties. Want de inspectie eist cijfers. Hoewel het ongenoegen bij scholen over de 'toetsdictatuur' luider wordt, verandert er weinig. "We willen niet op louter zakelijke gronden worden afgerekend."

Nee, basisscholen hebben geen verplichting om een eindtoets af te nemen, stelt de Inspectie van het Onderwijs. Maar meten is weten, stelt de inspectie eveneens. En dus moeten er scores op tafel komen. "Dat is een keuze die de politiek heeft gemaakt", laat de hoofdinspecteur van het onderwijs via zijn woordvoerder weten. "De politiek eist dat scholen worden beoordeeld op kengetallen. Scholen hebben daarom een wettelijke verplichting de kerndoelen te halen." Daar kan de inspectie niet op worden aangesproken, redeneert de organisatie. Die controleert immers slechts wat de politiek van haar vraagt. Nattevingerwerk, daar kan de inspectie dus niet mee leven.
De boodschap van de inspectie is ambivalent. Toetsen hoeft niet, maar de inspectie eist wel dat hard wordt aangetoond dat een kind de onderwijsdoelen heeft behaald: "We oefenen geen druk uit op scholen om een eindtoets toe te passen", aldus de inspectiewoordvoerder. "Daar zijn scholen vrij in. Maar we willen wel weten of scholen voldoen aan de opdracht die ze hebben." Als alternatief voor de eindtoets accepteert de inspectie overigens wel de gegevens van een goedgekeurd leerlingvolgsysteem. "We verwachten nu eenmaal dat de school bijhoudt hoe het met de leerlingen gaat. We willen weten of leerlingen achterblijven en of ze misschien extra zorg nodig hebben."

Principes opzij

"De inspectie focust op één gebied", reageert directeur Gurbe van der Schaaf van De Regenboog, een Jenaplanschool in Emmen in Drenthe. "Dat betekent dat andere aspecten worden veronachtzaamd. Daarmee wordt uiteindelijk de maatschappij schade berokkend."
Leeropbrengsten zijn niet in een getal samen te vatten, redeneert Van der Schaaf. Met het zware accent op toetsen gaat de inspectie volgens hem voorbij aan de vaardigheden die De Regenboog haar leerlingen op andere terreinen trachten bij te brengen. "De inspectie kijkt niet naar sociale vaardigheden zoals gesprekstechnieken, of kinderen in staat zijn oplossingen te zoeken in conflictsituaties en of ze in een team kunnen werken. Maar dat zijn juist zaken die wij op school enorm belangrijk vinden. Kinderen die die vaardigheden goed beheersen, besparen de maatschappij veel geld, bijvoorbeeld omdat ze minder snel tot vandalisme komen."
"Als school willen we ons verantwoorden tegenover de maatschappij, de ouders en kinderen en tevens tegenover de inspectie", vervolgt Van der Schaaf. "Maar de inspectie is slechts één van de drie."
Het gewicht dat de inspectie aan toetsresultaten toekent, dwingt de Regenboog aanpassingen te doen in het Jenaplanonderwijs, zegt Van der Schaaf. Ruim een jaar geleden kreeg de school het oordeel 'zeer zwak' van de onderwijsinspectie. Van der Schaaf: "We hebben ons onderwijsprogramma moeten aanpassen. We hebben meer ruimte moeten inruimen voor rekenen. Daarmee doen we onze Jenaplanprincipes nu enig geweld aan. Dat was wel even slikken, maar het kan niet anders." Die koerswijziging heeft er overigens wel toe geleid dat na een versnelde herkeuring de school van het brandmerk 'zeer zwak' is verlost.
De uitgangspunten en methodiek van het Jenaplanonderwijs botsen met ideeën van de onderwijsinspectie, stelt Van der Schaaf. "De realiteit van alledag is dat scholen moeten voldoen aan eisen en dat we daarmee niet aan toetsen ontkomen, maar het is een spanningsveld. Het blijft puzzelen als je een bepaald onderwijsconcept hebt. Wij vinden dat het onderwijs kinderen vaardigheden moet bijbrengen waardoor ze als burger goed leren functioneren in de maatschappij. Je kunt enorm veel tijd aan rekenen en taal besteden. Maar als je vergeet leerlingen bij te brengen hoe ze conflicten moeten oplossen, dan verwaarloos je de aspecten van het onderwijs die ervoor zorgen dat er goed functionerende, verantwoordelijke burgers worden gekweekt."
Wat Van der Schaaf ook stoort is dat het voortgezet onderwijs de Cito-scores steeds vaker als belangrijkste toelatingscriterium hanteert, al is dat in de plaats Emmen, waar De Regenboog is gevestigd, niet het geval. Maar toetsscores zijn te beperkt om als voornaamste criterium te gelden, vindt Van der Schaaf. "Een toets is niet meer dan een foto", aldus Van der Schaaf. "De leraar heeft de film. Bij verwijzing naar een middelbare school hou je ook rekening met zelfstandigheid, motivatie en een reeks andere persoonlijkheidskenmerken. Alleen een leraar beschikt over die kennis. Dus moet ook het advies van de leraar het zwaarst wegen, niet de Cito-score."

Toetsmisbruik

Het zijn met name de vernieuwingsscholen - Jenaplan-, Dalton-, Vrijescholen, Montessori, Freinet en ontwikkelingsgerichte scholen - die bezwaren hebben tegen de huidige toetsingsmethodiek en het gebruik van de resultaten. Die scholen zien zich gedwongen meer aandacht te besteden aan zaken die hard getoetst worden. Zo ontkomen ze er niet aan concessies te doen aan hun onderwijsfilosofie, zegt Ad Boes van de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV). Een 'ramp' voor vernieuwingsscholen, noemt Boes het. In de eerste plaats omdat het ten koste van de autonomie van het onderwijs gaat, verklaart Boes. Als scholen niet meer zelf kunnen bepalen hoe ze hun onderwijsprogramma inrichten, wordt de vrijheid van onderwijs geweld aan gedaan. Het huidige toezichtskader leidt volgens de NJPV tot versmalling van de leerstof. Scholen willen immers scoren op datgene wat wordt getest.
De NJPV voert al jaren een felle strijd tegen wat Jenaplan-promotor Boes 'de toetsingscultuur' noemt. "Ik ben niet tegen toetsen", zegt hij. "Het kan een heel goed middel zijn om de resultaten van het onderwijs te beoordelen. Maar toetsen worden misbruikt. Oorspronkelijk had de Cito-eindtoets het karakter van een tweede, objectiverend gegeven, waarbij het advies van de school als voornaamste leidraad gold. Ze worden nu echter gebruikt als kwaliteitsoordeel over de school en ze worden door middelbare scholen in toenemende mate gebruikt als criterium voor plaatsing."
Boes somt nog een reeks andere bezwaren op. Toetsen meten niet de ware opbrengsten van het Jenaplanonderwijs, zegt hij. Er spelen zoveel meer factoren een rol. Bovendien is slechts voor een gering deel van het curriculum toetsmateriaal beschikbaar. "Bij taal bijvoorbeeld, is slechts dertig procent van van het curriculum te toetsen", aldus Boes.
Een ander ongewenst neveneffect van de toetscultuur is dat schoolbesturen steeds vaker Cito-gegevens gebruiken om schoolprestaties te vergelijken en scholen op grond daarvan ter verantwoording roepen. Oneigenlijk gebruik, vindt Boes.

Onwrikbaar

In 2001 zette de Vereniging van Jenaplanscholen met steun van andere vernieuwingsscholen de actie 'Een streep door de eindtoets' op. Begin dit jaar kreeg dit een vervolg met de presentatie van de brochure 'Elke school is er één'. Het zijn de vernieuwingsscholen die de actie initieerden, maar, verklaart Boes: "Ik krijg enorm veel ondersteunende reacties van reguliere basisscholen. Die kampen uiteindelijk met dezelfde problemen. Er zit veel boosheid bij scholen."
In 'Elke school is er één' distantiëren de scholen zich van het toezichtskader en presenteren ze een alternatief waarin meer ruimte is voor andere vormen van toetsing, waardoor ook wordt gekeken naar andere capaciteiten van kinderen: of ze kunnen luisteren, opkomen voor hun mening, samenwerken, zelfstandig zijn, enzovoorts.
Er zit helaas weinig beweging in bij de inspectie en de politiek, constateert Boes. "De positie van de inspectie lijkt onwrikbaar. Bij Tweede-Kamerleden bestaat wel interesse, maar men is nog lang niet om. Het hangt samen met de cultuur van de samenleving. Die is geënt op groei en presteren. Niet alleen de politie en de gezondheidszorg wordt er op afgerekend, ook het onderwijs."

categorie: diepgravend

diepgravend