loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

Viering Suikerfeest hoort ook op christelijke school

Gepubliceerd in SBM, magazine van de Besturenraad in juli 2009

Waar moet dat heen? Een reeks artikelen over de maatschappelijke bijdragen van het christelijk onderwijs

Tekst: Loek Mulder

Op zijn eigen website omschrijft Arie de Bruin zichzelf als een onderwijsman in hart en nieren. Na een ruim veertigjarige loopbaan in het onderwijs is De Bruin sinds 2008 voorzitter van het College van Bestuur van Kind en Onderwijs Rotterdam, een stichting voor christelijk primair onderwijs. In die functie staat hij voortdurend stil bij de vraag wat het christelijk onderwijs kan betekenen in een woelige, multiculturele stad als Rotterdam. Heilige huisjes breekt hij het liefst af en ongerijmdheden ruimt hij uit de weg.

Hoe wordt iemand dat, onderwijsman in hart en nieren?
"Zoiets berust deels op toeval. Ook in mijn geval. Als boerenzoon was ik voorbestemd om op het bedrijf van mijn vader te gaan werken. Maar vanwege de aanleg van een snelweg werden we onteigend. Ik kon aardig leren, dus ik moest maar naar de 'kweek'.
Ik heb vervolgens alle fasen van een echte onderwijscarrière doorlopen en sinds zeven jaar werk ik voor Kind en Onderwijs Rotterdam. Eerst als algemeen directeur en nu als voorzitter van het CvB.
Uiteraard is toeval niet de enige factor. Uiteindelijk heeft mijn ontwikkeling ook te maken met mijn visie op de samenleving. Die is bij mij sterk gekoppeld aan de waarden die vanuit het christendom naar voren komen. Die heb ik in mijn leven en in mijn werk een plek willen geven."

Wat is voor u de kerngedachte die daaruit voortvloeit?
"In het onderwijs ben je per definitie gericht op de toekomst, op hoop en rechtvaardigheid.
Centraal daarin staat het waardenpatroon dat het christendom verschaft. Het vertelt ons dat we vanuit onze bron verbinding moeten zoeken met de ander. Naastenliefde is niet vrijblijvend: je kiest je naaste niet, hij komt op jouw weg."

En hoe vertaalt zich dat naar de onderwijspraktijk in Rotterdam?
"In Rotterdam worden we geconfronteerd met een enorme diversiteit van mensen met tal van levensbeschouwingen. Maar als je op zoek gaat, dan zijn er veel verbindingen. Ik zie het als een belangrijke opdracht van het christelijk onderwijs die te zoeken. Want juist vanuit die verbintenissen moeten we gestalte geven aan de essentie van ons leven. En die draait om naastenliefde en rechtvaardigheid. Het smeden van verbindingen omvat voor mij de kern van de maatschappelijke bijdrage die het christelijk onderwijs kan leveren."

Het is een opvatting die het moeilijk heeft, zeker in een stad als Rotterdam.
"Je kunt het inderdaad ook zoeken in tegenstellingen. Wanneer je vanuit de optiek van bijvoorbeeld Geert Wilders kijkt, dan zie je juist die tegenstellingen. Er zijn sterke tegenkrachten in de samenleving, bij veel mensen leeft xenofobie. Toch denk ik dat die angst vooral politiek gevoed is. In persoonlijke ontmoetingen met mensen ervaar ik die afwijzende houding veel minder sterk."

Wat kan het christelijk onderwijs voor bijdrage leveren aan de maatschappelijke situatie in een stad als Rotterdam?
"Het christelijk onderwijs levert niet een exclusieve of grotere bijdrage dan bijvoorbeeld het openbaar onderwijs. Je kunt wel vragen wat wij als organisatie kunnen betekenen.
Wij hebben in Rotterdam te maken met een grote maatschappelijke en sociale problematiek. De armoede is groot en niet alleen de zorg voor de kinderen ligt op ons bord, maar ook de aandacht voor de omstandigheden van de gezinnen waar deze kinderen opgroeien. Daar kunnen we niet omheen, daar mogen we niet omheen. Ook vanuit onze christelijke principes.
Dus op al onze scholen is veel aandacht voor maatschappelijk werk. We proberen zorg verder te laten gaan dan alleen leerlingenzorg. Een bijzonder weerbarstig thema overigens.
Verder hebben we op een aantal binnenstadscholen met succes van een zwarte school een gemende school weten te maken. Bij onder meer de Arentschool en de Nieuwe Park Rozenburgschool in Kralingen hebben we daarmee een eind kunnen maken aan de zogeheten witte vlucht. Deze ontmoeting is voor zowel de kansrijke als de kansarme groepen waardevol. Ook op het niveau van leerprestraties."

Op die scholen mengen zich religies en levensbeschouwingen. Hoe is de verhouding tussen de christelijke stroming en bijvoorbeeld de islamitische ouders en kinderen?
Veel islamitische ouders kiezen bewust voor christelijk onderwijs omdat ze weten dat er aandacht is voor levensbeschouwing en religie. Op veel van die scholen heeft dat een veranderingsproces in gang gezet. De - veelal 'witte' - leerkrachten en schoolteams hebben zich verdiept in andere religies, in hun overtuigingen, hun gebruiken en feestdagen. Er zijn dus nu christelijke scholen waar het suikerfeest volop gevierd wordt."

Ook tot vreugde van de christelijke ouders?
"Die weerstand moeten we niet wegwuiven. Er zijn ouders die zich in het nauw gedreven voelen wanneer we te veel aandacht aan andere stromingen schenken. Daar hebben we incidenteel mee te maken. Een voorbeeld? Recent was er een incident rond de viering van kerstfeest in de kerk. Een aantal islamitische ouders weigerde daar te komen. Toen besloten werd om de bijeenkomst in school te houden, vond een andere categorie ouders dat we 'de allochtonen weer hun zin gaven'."

Hebt u islamitische docenten in dienst en werken islamitische leidinggevenden bij de stichting?
"Dat laatste niet. Ik verwacht wel dat dat op termijn het geval zal zijn. Over het aannemen van islamitische leerkrachten hebben we een stevige discussie gevoerd. Ik ben er een groot voorstander van en heb me er sterk voor gemaakt. Naastenliefde heeft dit soort consequenties. Het aantal is vooralsnog beperkt, iets van twintig op in totaal achthonderd leerkrachten. Maar de groep groeit, evenals de vraag naar stageplaatsen vanuit die hoek."
"Er ontstond ook een merkwaardige situatie. We leiden al die islamitische kinderen op. Ook op de pabo komen steeds meer studenten met een ander geloof. Die kun je dan toch geen stageplek ontzeggen. Vanuit welke optiek kijk je dan naar mensen?
Omdat we redeneren vanuit het 'inclusief' denken, ingegeven door onze bron: de waarden die Jezus verkondigt in de bergrede, staan we als stichting open voor islamitische leerkrachten. Het christelijk onderwijs kan en mag niet iemand met een hoofddoek of een ander geloof als leerkracht ernaast zetten."
"We stellen wel voorwaarden. We eisen dat onze studenten het diploma christelijk onderwijs halen. Wanneer iemand met een ander geloof bij ons wil werken, dan gaan we met elkaar rond de tafel. We willen weten hoe de sollicitant vanuit zijn levensbeschouwing een bijdrage kan leveren aan onze gezamenlijke identiteit, hoe hij in contact staat met leerlingen en met zijn collega's. Ook voor ons is dat aftasten."
"Nu zien we verrassend mooie dingen ontstaan. Doordat mensen zich verdiepen in het christendom groeien allerlei verbindingen. En in schoolteams wordt soms een nieuwe bewustwording in gang gezet. Het zorgt voor interne versterking."

Hoe reageren christelijke ouders op een islamitische leerkracht voor de klas?
"Veel islamitische ouders ervaren het als een verademing en ik heb nog geen enkel signaal gehad dat ouders van christelijke huize zich eraan storen. Al houden we wel rekening met de populatie ouders. Ik snap ook wel dat we op een school in een wijk als Ommoord (een wijk met een groot aantal Leefbaar Rotterdam-stemmers. L.M.) toch eerst met ouders in gesprek moeten, in die wijk is dit nog geen vanzelfsprekendheid, ook niet voor een schoolteam trouwens."

Tenslotte draaien we het thema nog even om: Wat is de bijdrage die de stad Rotterdam verwacht van het christelijk onderwijs?
"Het is zaak dat we vooral onze identiteit bewaren. De gemeentepolitiek heeft sterk de neiging zich met de inhoud van het onderwijs te bemoeien. Zo werd de financiering van brede scholen aan het onderwijsprogramma gekoppeld. Dat laten we ons dus niet voorschrijven."
"Ook landelijk zien we dat overigens. Veel projectsubsidies worden onder voorwaarden verstrekt. Ik vind dat een verkeerde ontwikkeling. Er dient sprake te zijn van vrijheid van inrichting van onderwijs. Voor staatspedagogiek voelen we niks."

categorie: diepgravend

diepgravend