loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

'Asielbeleid kan niet zonder noodopvang'

Gepubliceerd als opinie voor de Rijksuniversiteit Groningen (mei 2010)

 

Gemeenten zijn sinds begin dit jaar door Minister Hirsch Balin (Justitie) verplicht de noodopvang voor asielzoekers te sluiten. De maatregel is een uitvloeisel van de pardonregeling die in 2007 van kracht werd. Maar zonder noodopvang is een werkend vreemdelingenbeleid een utopie, stelt Heinrich Winter, als hoofddocent verbonden aan de RUG en specialist in vreemdelingenrecht.

Een alleenstaande Angolese moeder die met drie jonge kinderen vanuit het asielzoekerscentrum in Ter Apel op straat wordt gezet, een getraumatiseerde vrouw die samen met haar man buiten de opvang wordt geplaatst of een verwarde vrouw die dagen achtereen in een bushokje langs een provinciale weg bivakkeert. Schrijnende gevallen die met de regelmaat van de klok de krantenpagina's halen.
Deze uitwassen vormen de keerzijde van een aangescherpt vreemdelingenbeleid. Met de invoering van de pardonregeling, waarbij duizenden asielzoekers zonder verblijfsvergunning alsnog een toestemming kregen om in Nederland te blijven, hebben rijk en gemeente afgesproken een eind te maken aan de speciale noodopvang, die er voorheen was voor asielzoekers die tussen wal en schip vielen. Ook gezinnen met kinderen zonder verblijfsvergunning worden in Nederland daarom nu niet meer opgevangen. De Koppelingswet sluit hen uit. In die wet staat dat kinderen weliswaar recht op medische zorg en onderwijs hebben, maar niet op opvang. Het gezin is bovendien zelf verantwoordelijk voor terugkeer.
"Gemeenten bouwen de noodopvang inderdaad af, maar lopen daarbij tegen grenzen op", zegt Winter. "Wanneer een gezin een verblijfsvergunning wordt ontzegd, betekent dat nog niet dat het gezin ook gelijk is vertrokken." Daarbij gaat het bijvoorbeeld om vluchtelingen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, hun best doen om terug te keren naar hun land van herkomst, maar doorvoor van dat land geen toestemming krijgen.

Smeerolie

In de kwestie van de eerder genoemde Angolese moeder, spande onder meer Defence for Children een zaak aan bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR). Dat besliste dat Nederland in strijd handelt met het Europees Sociaal Handvest, waarin staat dat kinderen bescherming en een dak boven hun hoofd verdienen. Hirsch Balin legt deze uitspraak naast zich neer met het argument dat het Sociaal Handvest niet juridisch bindend is.
De verwarring is vergroot sinds rechtbanken twee tegenstrijdige uitspraken hebben gedaan over de opvang van gezinnen met kinderen, zonder verblijfsvergunning.
De praktijk botst hier met de theorie van de wetgeving, verklaart Winter: "Gemeenten hebben ruimte nodig om de marges van de asielwet op te vangen. Noodopvang is daarom een onmisbaar onderdeel van een werkend vreemdelingenbeleid." Zo hebben mensen bijvoorbeeld vier weken de tijd om na een afwijzing Nederland te verlaten. Het kost echter vaak meer tijd om papieren in orde te maken of het thuisland traineert een terugkeer.
Noodopvang is als het ware de smeerolie van het asielbeleid, verklaart Winter.
Dankzij het rechtlijnige rijksbeleid worstelen gemeenten met vraagstukken van humaniteit en veiligheid. Winter: "Het stoort gemeenten dat ze verantwoordelijk worden gesteld voor schending van mensenrechten. En er is geen burgemeester die het op zijn geweten wil hebben dat een uitgeprocedeerde asielzoeker in zijn gemeente iets overkomt omdat hij op straat leeft."

Bressen

Winter denkt dat het rigide rijksbeleid niet vol te houden is. "Op allerlei fronten vertoont het stelsel barsten. Op grond van Europese grondrechten zullen rechters bressen schieten in de nieuwe regelgeving. Die is uiteindelijk in strijd met het Europese mensenrechtenverdrag en het kinderrechtenverdrag. Het Europees Sociaal Handvest mag dan juridisch niet bindend zijn, de uitspraak van het ECSR zal worden gevolgd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. En vonnissen van dat hof zijn wel bindend."
"Niet alleen op internationaal niveau wordt Nederland teruggefloten", vervolgt Winter. "De Centrale Raad van Beroep, het hoogste bestuursrechtorgaan zegt ook dat op grond van het Verdrag voor de Rechten van het Kind in bepaalde gevallen een uitzondering gemaakt dient te worden op de Koppelingswet."

'Fatsoenlijk regelen'

Winter vindt dat Hirsch Balin de kwestie ook onnodig op de spits drijft, want het gaat om hooguit enkele honderden gevallen per jaar waarin een beroep op noodopvang wordt gedaan. Het is volgens Winter vooral het politiek en maatschappelijk klimaat waardoor het kabinet zich genoodzaakt voelt een streng asielbeleid te handhaven. Maar, zegt hij: "De minister moet dit fatsoenlijk regelen. Dat kan via kleinschalige, kortdurende maar gestructureerde noodopvang. Voorkomen moet worden dat mensen in de illegaliteit belanden."
De huidige benadering is naïef, vindt Winter. "Het zal als een boemerang terugkeren", stelt hij. "Want het kan ook eens mis gaan met een gezin dat met de kinderen in een strenge winter op straat wordt gezet. Bedenk eens wat de maatschappelijke reactie dan zal zijn."

 


Curriculum Vitae
Dr. H.B. (Heinrich) Winter (1962) is parttime hoofddocent bestuursrecht en bestuurskunde aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto. Hij studeerde juridische bestuurswetenschappen en sociologie in Groningen en promoveerde in 1996. Hij doet onderzoek naar de werking van wetgeving en naar toezicht en handhaving.

categorie: nieuws