loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

Alles ademt Pantani

Gepubliceerd in het mei-nummer van Fiets (2010)

Loek Mulder

Het was wereldnieuws in 2004. Op een troosteloze kamer van hotel Le Rose in de Italiaanse badplaats Rimini stierf In Marco Pantani een eenzame dood. Op Valentijnsdag notabene. De icoon van het Italiaanse fietsen had zichzelf definitief buiten iedere competitie gesteld na een overdosis cocaïne. Zijn tengere schouders bleken te zwak voor de zware last van de roem. In zijn geboorteplaats is nu een museum gewijd aan de beste klimmer ooit.


Niet zo ver van Rimini, een eindje zuidelijker langs de Adriatische kust ligt Cesenatico. De plaats waar Pantani werd geboren. Hij bracht er zijn 34 jaren korte leven door en hij is er begraven. Een kustplaats ingeklemd tussen de zee en de snelweg naar het zuiden, en gedomineerd door een lang lint kille hotels, winkels met toeristenprullaria en een strand met onafzienbare rijen ligstoelen.
Hier in Cesenatico is ze er veel aan gelegen de legende van hun Marco Pantani levend te houden. Ze weten in Italië sowieso wel hoe ze van iemand een volksheld moeten maken. En zo heeft Pantani's status na zijn dood epische vormen aangenomen, met een eigen museum, tal van monumenten en een praalgraf op een begraafplaats aan de rand van het verder nogal troosteloze Cesenatico. Heel het stadje ademt Pantani.
Ik fiets over de boulevard waar op het Piazza Marconi het beeld van Pantani staat. In brons gegoten fietst hij er tegen een rotsblok op. Z'n gezicht vertrokken van inspanning. Ik bezoek de plek waar de heldhaftige klimgeit ligt begraven, een rond bouwwerk met daarin een altaar met een bronzen buste, memorabilia en emotionele betuigingen van fans. Het is een museum op zich. Tienduizenden verzamelden zich hier op de dag dat Pantani ter aarde werd gedragen. Ze applaudisseerden voor een dode. Dan rijd ik naar het museum Spazio Pantani aan de Vialle Checchini. Ik fiets stapvoets langs oude zeilboten, afgemeerd in een een historisch haventje met uitstekende visrestaurants, zoals ik later zou ontdekken.

Emotie

Spazio Pantani is gevestigd in een fraai gerestaureerd voormalig bijgebouwtje van het treinstation. Aan de buitenzijde hangen gele vaandels en levensgrote foto's van de man om wie het hier gaat. Ik parkeer er mijn fiets tegen het hek en stap via de loopbrug op fietsschoentjes het museum binnen. Niemand uiteraard die er op deze plek raar van opkijkt.
Hier leeft Il Pirata voort, in filmbeelden van glorieuze triomfen, in fotoboeken en krantenknipsels. 'Laat de emotie herbeginnen', staat er als welkomsttekst in de Sala Mortirolo, naar de angstaanjagende col waar Pantani als een razende huishield in het peloton. Glimmende bekers staan in rijen opgesteld. Her en der liggen leiderstruien gedrapeerd, d'r staat een paar fietsschoentjes, ongepoetst, de sokjes er nog in. Eveneens staat de complete verzameling fietsen van Pantani uitgestald. Daarvan trekt zijn allereerste racefiets zonder twijfel de meeste aandacht: een stalen, grijze Vicini, in 1982 gekregen van zijn opa. Ervoor ligt een ouderwets zwart helmpje. Hij zou zo weer kunnen opstappen.
De Vicini is nog van het pre-klikpedalen tijdperk, met toe-clips aan de trappers, de kabels boven het stuur en de bovenbuis bruin verroest van alle zweet geproduceerd tijdens de uren dat hij zich pijnigde op de fiets. Het is de metafoor voor de lijdensweg die Pantani parallel aan zijn carrière zou afleggen. Je ziet het terug op de foto's hoe Pantani veranderde van een vrolijke onbevangen jongen, die fietste louter omdat hij ervan genoot, in een gekwelde figuur met een bange, achterdochtige blik.

Eerbetoon

Het museum is een - terecht - eerbetoon aan de wielrenner die zich in 1998 onsterfelijk maakte door zowel de Giro als de Tour op z'n naam te schrijven. Je kunt er genieten van zijn ongelooflijke talent en uitstraling. Maar hij wordt er ook op een voetstuk gezet. En rondgaand door het museum ontstaan vragen waar geen antwoord op volgt.
Vooral in de Sala Alpe d'Huez, een bioscoopje waar in een hoekje fotoboeken liggen en schilderijen hangen. Deze bieden een blik in het privébestaan en de gedachtenwereld van de coureur. Hier wordt een deur naar een andere kamer geopend. Vanwaar dat naargeestige schilderij van dat gespleten gezicht met vier felle ogen? En dan dat verontrustende schilderwerk van die boom met een vurig hoofd erop en reikende handen van vuur. Dit kan alleen maar door zijn gemaakt wiens geest in een turbulente staat verkeert. Hier is toch veel meer aan de hand.
Zo tilt het museum onbedoeld toch een tip van de sluier op van wat er achter de façade van heldendaden te zien is. Of in elk geval, dat er meer te vertellen valt dan het verhaal van Marco's eerste fietsschoentjes, zijn Mercatone Uno-shirtjes en roze en gele truien. Want wat we hier niet zien, zijn de talloze auto-ongelukken die de coureur met zijn roekeloos rijgedrag veroorzaakte, we lezen niets over Marco's medicijn- en cocaïneverslaving die zijn zelfvernietiging inluidde. In de onthullende biografie die de Britse journalist Matt Rendell over Pantani heeft geschreven laat Rendell er weinig twijfel over bestaan: Marco Pantani leefde tegen het eind van zijn leven in een fantasiewereld en was geestesziek.
Ik snap het ook wel. Het museum houdt liever de mythe levend. Waarom ook niet. In zijn geboorteland geniet Pantani de martelaarsstatus. Pantani heeft zichzelf toch zeker niet over de rand geduwd, vinden ze hier. Dat hebben anderen immers gedaan; doktoren, ploegleiders, dopingjagers, dealers en noem maar op.

 

categorie: ook de moeite waard

ook de moeite waard