loek mulder | willem van reijendam | man en woord

Man & Woord levert messcherpe journalistieke producties aan vooraanstaande landelijke en regionale (dag)bladen, radio en televisie. Voor tal van bedrijven en organisaties produceert Man & Woord glasheldere en doeltreffende teksten. Lees meer over wat we voor u kunnen betekenen of bekijk onze contactgegevens.

Investeren in voorkomen van rampen en conflicten betaalt zich uit

Gepubliceerd als RUG-opinie, dec 2011

Korten op ontwikkelingshulp kost Nederland op de lange termijn veel geld. Dat zegt Joost Herman, hoofddocent aan de RUG en gespecialiseerd in internationale betrekkingen. Herman pleit niet alleen voor handhaving van het huidige budget voor ontwikkelingshulp, hij wil daarnaast een groter deel van het geld voor noodhulp besteden aan preventieve programma's die natuurrampen en gewapende conflicten moeten voorkomen.

"Investeren in dergelijke maatregelen is aanzienlijk goedkoper dan dure noodhulpprogramma's en optuigen van kostbare vredesoperaties", stelt Herman. "Nog afgezien van alle morele aspecten van het bezuinigen op ontwikkelingshulp. Bovendien voorkomen we ermee dat het bedrijfsleven toegang tot markten verliest en dat internationale betrekkingen worden geschaad." Herman doet zijn uitspraken naar aanleiding van de conferentie over de effectiviteit van hulpprogramma's in het Zuid-Koreaanse Busan. De internationale hulpgemeenschap heeft er afspraken gemaakt over nauwere samenwerking.

De achtergrond van Hermans pleidooi ligt in de verwachting dat door klimaatverandering zich frequenter grootschalige overstromingen, verwoestende orkanen, aanhoudende droogte en andere catastrofes zullen voordoen. De ernst van de natuurrampen zal eveneens toenemen. Herman: "In de zones waar de rampen zich voordoen zullen de rampen groter worden, langer duren en de gevolgen zullen ingrijpender zijn. Het beroep op noodhulp zal derhalve de komende decennia sterk stijgen."
Naast het directe effecten van klimaatverandering, in de vorm van menselijke ellende en schade aan landbouw, dorpen, steden en infrastructuur zal het ook leiden tot grootschalige volksverhuizingen uit getroffen gebieden. Herman: "Natuurrampen vormen tevens een bron van conflicten. Wanneer oogsten mislukken en waterbronnen niet langer beschikbaar zijn, gaan mensen op zoek naar andere natuurlijke hulpbronnen en voedsel. Migratie door schaarste zal vaker gewapende strijd veroorzaken." Herman wijst het gewelddadig treffen in Darfur aan als een van de eerste klimaatgerelateerde conflicten. Zonder gericht en gecoördineerd internationaal preventief beleid zullen dergelijke conflicten zich op veel meer plaatsen voordoen.
Op hun beurt zetten lokale of regionale gewapende ruzies eveneens migratiestromen in gang. "Op die manier versterkt alles elkaar. Het zal de wereld opschepen met nog veel meer conflicten dan waar we nu al onder zuchten", aldus Herman. "Niet voor niets bestuderen het Pentagon en ook het Britse ministerie van defensie nu al de consequenties van migratiestromen voor de inzet van hun militaire middelen."

Noodhulp onontbeerlijk

Om de eerste nood ten gevolge van rampen te lenigen, blijft noodhulp onontbeerlijk, stelt Herman. "Ik pleit er echter voor een veel groter deel van het bedrag dat nu in noodhulp om gaat, circa negen miljard dollar, te reserveren voor programma's gericht op voorkomen van natuurrampen en vermijden van conflicten." Hermans wijst er op dat de kosten van noodhulpprogramma's of de inzet van militaire missies bij een conflict zomaar een factor tien hoger zijn dan die van preventieve programma's. Voorkomen is hier heel wat beter dan genezen, zegt hij daarom. "Maar het is een moeilijk punt, want er is politieke wil en internationale solidariteit voor nodig. Het vereist een visie en bereidheid tot investeren voor de lange termijn."
Daarbij moet meer gebruik worden gemaakt van wat er aan lokale middelen en kennis beschikbaar is. "Mensen op de plaats van de ramp weten kunnen zelf heel goed bepalen hoe ze bijvoorbeeld rampbestrijdig moeten aanpakken", verklaart Herman. "China is een goed voorbeeld van hoe een land de gevolgen van een aardbeving effectief bestrijdt. Versterken van de lokale structuren werkt beter dan een geïmporteerd hulpmodel."

Eigenbelang

Veel landen - het geldt volgens Herman zeker ook voor Nederland - negeren de ideeën rond het effect van preventieve programma's. "Het is zorgelijk", zegt hij. "Het huidige kabinet vindt juist dat arme landen meer hun eigen broek moeten ophouden. Staatssecretaris Ben Knapen van buitenlandse zaken is van mening dat ontwikkelingshulp zijn langste tijd wel heeft gehad. De nadruk komt te liggen op eigenbelang: wat levert hulp ons op? Het moreel besef dat we het aan onze stand verplicht zijn vanuit onze rijke positie armere landen te helpen, is daarmee ook vrijwel helemaal naar de achtergrond verdwenen."
Het is een onverstandige keuze van Nederland om zich terug te trekken achter de dijken, zoals Herman het omschrijft. "De moeilijkheden komen heus wel", betoogt hij. "Klimaatgerelateerde conflicten vertalen zich bijvoorbeeld ook in stromen asielzoekers. En dan gaan we pleisters plakken."
Dat pogingen conflicten in de kiem te smoren in meerdere opzichten lonen, bewijzen de diplomatieke inspanningen van Max van der Stoel, merkt Herman op. Als hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden van de OVSE zei de Nederlandse politicus in de jaren negentig dat hij met het bedrag van de aankoop van één F16 tal van conflicten in met name de voormalige Oostbloklanden kon voorkomen/wist te voorkomen/zou kunnen voorkomen.

Benepen

Voor dergelijke internationale politieke actie ontbreekt momenteel in ons land ieder draagvlak, verklaart Herman. En omdat Nederland hier niet uniek is, komt evenmin internationaal gecoördineerd beleid op gang. Herman: "Internationale solidariteit is altijd een belangrijk kenmerk geweest van het Nederlands beleid, het kalft echter af. Maar ook landen als Denemarken en Frankrijk leggen een sterker accent op eigen belang."
De discussie over noodhulp en ontwikkelingshulp is in Nederland door de gedoogconstructie met de PVV "zeer benepen" geworden, vindt Herman: "Eerst de eigen problemen oplossen en dan pas geld aan andere landen geven, is momenteel het uitgangspunt. Het is kortzichtig en onzinnig."

 

Curriculum Vitae
Joost Herman (Haarlem, 1963) studeerde geschiedenis en internationaal recht in Leiden en verrichtte aan het instituut voor mensenrechten van de Universiteit Utrecht promotieonderzoek naar de bescherming van minderheidsgroepen in Centraal- en Oost-Europa. Hij werkt sinds 1995 aan de Rijksuniversiteit Groningen, sinds 2003 als universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Internationale organisatie. Hij is medeoprichter van de internationale masteropleiding Network on Humanitarian Action (NOHA) en financieel directeur van het NOHA Network.

categorie: ook de moeite waard

ook de moeite waard